Mogen vrijwilligers betaalde krachten vervangen?

In tijden van bezuiniging kunnen sommige maatschappelijke functies alleen overeind blijven doordat vrijwilligers bereid zijn ze te vervullen. Hiervoor zouden dan vrijwilligers betaalde krachten moeten vervangen. Of dit kan en mag, en onder welke voorwaarden, levert een complexe discussie op. Vereniging NOV stelt zich op het standpunt dat vrijwilligers in bepaalde omstandigheden betaalde krachten kunnen vervangen, net zoals vrijwilligers vervangen kunnen worden door betaalde krachten. Er zijn echter een aantal randvoorwaarden waaraan voldaan moet worden wanneer vrijwilligers betaalde krachten gaan vervangen:

  1. Het vrijwilligerswerk is echt vrijwillig. 
  2. De vrijwilliger heeft een intrinsieke motivatie om het werk te doen en zich achter de doelstelling van de organisatie of het project te scharen.
  3. De organisatie zorgt voor een goed vrijwilligersbeleid.
  4. De organisatie zorgt voor deskundigheidsbevordering.
  5. De organisatie zorgt voor een veilige omgeving en goede afspraken over de verantwoordelijkheden.
  6. De organisatie is geen profit-organisatie, maar werkt zonder winstoogmerk.
  7. De rolverdeling tussen eventuele beroepskrachten en vrijwilligers is duidelijk en in de praktijk ook evenwichtig. Iedereen weet wat hij moet doen en er is onderling respect. Zo kan het zijn dat de beroepskracht er juist is om de vrijwilligers te ondersteunen in plaats van andersom.
  8. De grenzen aan wat een vrijwilliger mag doen (bijvoorbeeld in de zorg) veranderen, maar verdienen elke keer weer discussie en heldere afspraken.

 

Vereniging NOV is ook van mening dat overheden en organisaties heel duidelijk moeten beseffen:

Dat het niet vanzelfsprekend is dat vrijwilligers (voorheen betaalde) taken uitvoeren. Overheden en organisaties doen zichzelf (en anderen) een groot plezier dit mee te nemen bij het opstellen van realistische doelen. Voor veel maatschappelijke functies, en ook voor de ondersteuning en coördinatie van vrijwilligers, zal altijd geld nodig zijn. Verhoging van belastingen, betrekken van fondsen en samenwerking met het bedrijfsleven kunnen hieraan bijdragen. Nederland kent een enorm percentage vrijwilligers met een maatschappelijke betrokkenheid. Aan het een beroep doen daarop zitten echter grenzen; mensen moeten een inkomen hebben, hebben familie, ander vrijwilligerswerk, hobby's etc.