Samenwerking steunpunten in Brabant

Het geld dat beschikbaar is voor het lokaal makelaarschap voor onder andere maatschappelijke stage is een belangrijke aanleiding voor steunpunten om samen te werken. Scholen voor het voortgezet onderwijs trekken leerlingen aan uit buurgemeenten en dus zou alleen stage lopen bij organisaties in de gemeente waar de school staat een gemiste kans zijn. Voor zowel leerlingen als voor maatschappelijke organisaties. Bovendien krijgen alle gemeenten geld voor de invulling van het lokaal makelaarschap, ook als er geen school in de gemeente is en dat maakt een regionale aanpak in veel gevallen wenselijk.

Samenwerken in Brabant

In Brabant werken Breda en enkele randgemeenten samen. Zij streven naar een breed platform in West-Brabant bij de uitvoering van maatschappelijke stage. In Brabant zijn nog geen verregaande vormen van samenwerking tussen steunpunten zoals we die bijvoorbeeld kennen van Overijssel of Noord-Holland. De vijf grote steunpunten in Brabant (Breda, Helmond, Den Bosch, Tilburg en Eindhoven) komen wel regelmatig bij elkaar. Stichting Zet faciliteert dit regio-overleg. Het doel daarbij is om de infrastructuur voor de ondersteuning van het vrijwilligerswerk zichtbaar te maken. In Brabant zijn vijftig steunpunten, wisselend van samenstelling en in omvang. De ondersteuning van stichting Zet is overwegend praktisch van aard.

Fusie of federatie

Hoe kijkt Martien Smit, directeur van Breda-Actief, tegen regionale samenwerking aan? Breda-Actief is in drie jaar tijd uitgegroeid tot een behoorlijk groot steunpunt met ongeveer twintig fte en dertig uitvoerende krachten. De ondersteuning van de sportverenigingen is ook bij Breda-Actief ondergebracht. Smit juicht regionale samenwerking toe: “Mijn voorkeur gaat uit naar decentrale vormen van ondersteuning waarbij centrales in een regio of in de provincie in een federatief verband met elkaar samenwerken.” Zover is het in Brabant nog niet. Martien benadrukt dat het belangrijk is dat de centrales zelfstandig blijven opereren. De fusies die nu gaande zijn tussen zelfstandige centrales en brede welzijnsinstellingen ziet hij met lede ogen aan. “Steunpunten zijn lokaal en regionaal goed in staat om tegenspel te bieden aan welzijnsinstellingen. Vanuit een steunpunt leg je de accenten in de ondersteuning net even op een andere manier. Het is gezond om tegenspel aan elkaar te bieden. Dat houdt beide partijen scherp.”

Martien Smit maakt deel uit van een overleg tussen directeuren van zes steunpunten in de grote steden die betrokken zijn bij de uitvoering van 1001Kracht. Verder is hij actief betrokken als bestuurslid bij de branche van de lokale makelaars in Maatschappelijk Betrokken Ondernemen.