Regionale samenwerking in Friesland

Het ‘Fries overleg’

In Friesland bestaat al jaren het ‘Fries overleg’: een overleg voor alle coördinatoren van centrales, met een praktische insteek. Er zijn een paar grotere centrales, maar de meeste centrales in Friesland zijn klein. De meeste coördinatoren hier hebben ook de uitvoerende functie. Friesland is een grote groene provincie: de 12 centrales bedienen 28 van de 31 gemeenten. Volgens Jelle werkt het Fries overleg prima: “We hebben afspraken gemaakt voor samenwerking: de minimumeis aan een centrale is dat ieder zorgt voor informatieverstrekking, scholing, bemiddeling en promotie. We komen één keer in de vier tot zes weken bij elkaar. Voorheen faciliteerde Partoer dit overleg, maar nu doen we dit zelf en geeft Partoer inhoudelijke input aan het overleg. Ook steunen zij ons op projectbasis.”

Geen centrale facilitator, maar toch goedlopende samenwerking: hoe werkt dat?

“Toen Partoer als facilitator wegviel vanwege de verandering van provinciale steunfunctie naar CMO, gaf dat wel even problemen: we misten de spil van de groep, vooral voor het vaststellen van de agenda en als informatiebron.” Intussen is een eenvoudige, goed werkende structuur gevonden: per overleg meldt de volgende facilitator zich: die notuleert dan het overleg van dat moment, en faciliteert het volgende overleg en maakt daarvoor de agenda. Het voordeel is volgens Jelle dat je elkaar als centrale hierdoor in de praktijk opzoekt en elkaar ook beter weet te vinden. De kleinere centrales zie je anders nooit.

Hoe bedienen 12 centrales bedienen 28 gemeenten?

Volgens Jelle is het vooral belangrijk dat je het met z’n allen doet. En wie dan precies wat doet is minder belangrijk. Jelle: “Een aantal grotere centrales bedient een aantal buurtgemeenten waar geen steunpunt zit. Deze samenwerking ontstaat vaak doordat er in die naburige gemeenten al door andere instanties wordt samengewerkt, bijvoorbeeld door de sociale dienst of scholen. Of bijvoorbeeld Vrijwilligersservicepunt Leeuwarden neemt, als ‘hoofdgemeente’ op een aantal maatschappelijke thema’s, de buren gewoon mee.” Veel samenwerkingsverbanden tussen Friese centrales zijn ontstaan doordat ze aansluiting vonden bij andere samenwerkingsverbanden: “Die samenwerking is dan heel natuurlijk. Zo ontstaan er ook steeds weer meer samenwerkingsverbanden tussen centrales. De maatschappelijke stage is een heel duidelijk voorbeeld hiervan, hierdoor heeft de samenwerking weer een enorme impuls gekregen.”

Hoe gaan jullie om met onderlinge verschillen?

De grotere centrales hebben vaker een trekkersrol. Maar volgens Jelle maakt dat niet uit: “Zij kunnen ook iets meer doen. Het ‘veel brengen, minder halen’ speelt eigenlijk een minimale rol.” Wat veel meer speelt is dat het soms lastig is om op beleidsniveau met elkaar samen te werken: “Alleen Leeuwarden en Franeker zijn zelfstandige servicepunten. De meeste (kleine) centrales zijn onderdeel van een welzijnsinstelling. In veel welzijnsorganisaties hebben de coördinatoren van de centrales te maken met het beleid van hun manager. De ervaring is dat dit beleid niet altijd is afgestemd op de belangen van de centrales. Er zijn bijvoorbeeld managers van welzijnsinstellingen die een andere visie hebben op de MaS. Zij voeren een eigen beleid met eigen uitgangspunten.” En ook de gemeenten voeren niet allemaal hetzelfde beleid en hebben niet dezelfde opvattingen over hoe het vrijwilligerswerk te ondersteunen. Jelle: “We maken mee dat centrales politiek gebonden worden en zelfs ‘de handboeien’ aankrijgen.”

Welk effect hebben ‘andersdenkende’ welzijnsorganisaties en gemeenten op de samenwerking tussen centrales?

Jelle: “Af en toe lopen we hiermee aan tegen de grenzen van wat we kunnen. Dit heeft dan te maken met de verschillende belangen van grote welzijnsinstellingen of gemeenten. Bijvoorbeeld bij fusies van welzijnsinstellingen, of wanneer een gemeente niet meewil in de MaS. Je merkt dan dat centrales in die instellingen voorzichtiger worden in hun toezeggingen, of het risico dat er een centrale afhaakt, als het gaat om samenwerking rondom MaS. Ook zie je het terug in de deskundigheidsbevordering: welzijnsorganisaties organiseren vaak al hun eigen deskundigheid. Daardoor is er minder ruimte voor ingebouwde centrales om die deskundigheid ook elders te halen.”

Er is ook een gezamenlijke website die binnenkort wordt vernieuwd, www.vrijwililigerwerkfriesland.nl. De website wordt vooral gebruikt als middel voor iemand die vrijwilligerswerk zoekt in Friesland. “Ook in deze samenwerking lopen we aan tegen de welzijnsinstellingen: gezamenlijk financieren is lastig, want grote welzijnsinstellingen hebben eigen middelen en bezuinigen dan al snel op een gezamenlijke aanpak. Zo is het mede hierdoor niet gelukt om een gezamenlijk registratiesysteem op te zetten.”

Hoe gaan jullie om met de ‘andersdenkende’ welzijnsorganisaties en gemeenten?

Ondanks de ‘hindernissen’ die welzijnsinstellingen en gemeenten met zich meebrengen, gaat iedereen bijvoorbeeld gewoon met MaS aan de slag. Volgens Jelle is dat misschien ook wel de Friese nuchterheid: “In het MaS overleg bijvoorbeeld, dat we naast het Fries overleg hebben ingesteld. Wij proberen de instap in MaS op dezelfde manier in te voeren: we maken allemaal gebruik van hetzelfde internetprogramma en er is een Friese pilot voor de MaS.”

Nog andere voordelen van samenwerking?

Als het gaat om projecten, wordt er veel samengewerkt. Er komt veel steun en middelen van de Provincie Friesland om op projectbasis de vrijwillige inzet in onze provincie te versterken. Tijdens het Fries overleg worden veel producten uitgewisseld. “Hierdoor hebben we minder last van ‘het wiel opnieuw uitvinden’.”

Jelle: “Ook komen we op voor elkaars belangen, maar dat is vaak ook nog een beetje zoeken. Bijvoorbeeld in de maatschappelijke stage zijn we ook een beetje concurrenten en er zijn nu nog gebieden waar niet heel duidelijk is wie waar over gaat. We realiseren ons dat centrales elkaar op een bepaald moment gaan tegenkomen. Onze visie is dat we het dus maar beter samen kunnen doen. Het is in het belang van ons allemaal dat we niet door verschillende gemeenten worden uitgespeeld.

Dus samenwerken en uitwisselen belangrijk: want in 2011 zullen we het samen moeten doen. En samenwerking is niet alleen belangrijk voor de MaS, maar ook voor bijvoorbeeld MADD.”

Wilt u meer weten over samenwerking in Friesland? Neem dan contact op met Jelle Lammers, 058 2120 617, j.lammers vrijwilligerswerkleeuwarden.nl