Ben Rikhof lobbyt in acht gemeenten

Ben Rikhof is directeur van VIThulp bij mantelzorg en opereert in acht gemeenten. Waarom lobbyt hij, hoe doet hij dat en wat is het resultaat? Wat zijn zijn tips?

Wat is uw definitie van lobby?

Lobby is een strategie om met netwerken en gerichte acties mensen te benaderen en/of te spreken zodat je moeilijk te verwezenlijken doelen toch kunt realiseren of hobbels op de weg daar naartoe kunt slechten.

Met wie heeft u contact bij de gemeente?

Incidenteel zit ik met wethouders om tafel. Raadsleden benader ik echt rondom specifieke onderwerpen. De beleidsambtenaren zijn een belangrijke ingang voor mij, met hen zit ik minimaal twee keer per jaar om tafel. Voor VIT is contact met de Wmo-raad ook belangrijk.

Hoe zijn deze contacten tot stand gekomen?

Door aan te sluiten bij de beleids- en financiële cyclus binnen gemeenten en door te anticiperen op informatiebehoefte die er is bij genoemde partijen.

Wanneer heeft u contact?

We spreken elkaar met name ten tijde van de voorbereidingen voor de beleids- en financiële cyclus van de gemeenten in maart en april. Dit is ook het moment waarop de financiële verantwoording van het voorgaande jaar door VIT aan de gemeenten plaatsvindt. VIT en de beleidsambtenaren communiceren altijd over de halfjaarlijkse managementrapportages en stellen zonodig de diensten bij binnen het verleende subsidiebudget. We spreken elkaar altijd rond 1 december over het vernieuwde dienstenboek, de feitelijke afname van diensten tot en met het derde kwartaal van dat jaar en daarop verder werkend de afname van diensten in het volgend jaar binnen het beschikbare budget.

Wat is uw doel?

Wij willen ons inspannen om gemeenten te ontzorgen wat betreft hun verantwoordelijkheden op prestatieveld 4 van de Wmo: mantelzorgers en zorgvrijwilligers. We willen ze op de hoogte stellen, adviseren en informeren en bewust laten worden van hun verantwoordelijkheden en onze mogelijkheden om die opdracht in te vullen.

Hoe krijgt u uw boodschap tussen de oren?

Informeren door per half jaar managementrapportages te bieden (zo nodig ook tussentijds), jaarlijks geactualiseerde factsheets, gevraagde en ongevraagde adviezen geven. Opstellen als professionele gesprekspartner; meedenken om gewenst beleid mee vorm te geven. Die verwachting ook waarmaken. Blijven informeren, herhalen, hen zo nodig bijstaan in en wijzen op de consequenties van beleidskeuzes en bezuinigingsopdrachten.

Wat maakt dat u uw doel wel/niet haalt?

Het is erg persoonsafhankelijk hoe de portefeuille Wmo beheerd wordt door een gemeente (bestuurlijk en ambtelijk) en hoe er invulling gegeven wordt aan de diverse prestatievelden. Het maakt uit of de Wmo-raden in die gemeenten heel actief en betrokken zijn en het maakt vooral uit hoe beleidsambtenaren vorm geven aan beleidsontwikkeling en –uitvoering en eigen accenten leggen.

Wat is uw grootste succes?

Het maken van factsheets per gemeente en de gemeenten voorzien van de managementrapportages over de vraag hoe ondersteuningsvragen zich in de afgelopen kwartalen/jaren hebben ontwikkeld. Daarbij hebben wij aangegeven welke trends daarin zijn te bespeuren en geven beleidsondersteunende adviezen.

Welke hindernissen komt u tegen in uw lobby?

De bezuinigingen maken dat er met de mond tussen gemeenten op regionaal niveau samenwerking nagestreefd wordt en onvoldoende erkend wordt dat competitie en ‘de gunfactor’ tijd en energie slurpen. Er is een tijdrovend krachtenspel gaande.

Wat is de tijdsinvestering?

We werken voor acht gemeenten. Al wordt in de regiovisie gesteld dat alle acht hetzelfde doel nastreven, toch zien we een erg lokale inkleuring. Dat maakt het voor een regionale speler als VIT niet gemakkelijk om binnen acht gemeenten verschillende wegen te moeten bewandelen om uiteindelijk te komen “van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving”. Verschillende methodes die ook nog eens verschillende organisatiebureaus ontwikkelen met divers samengestelde pilots en proeftuinen, leggen een onevenredig groot beslag op tijd en energie.

Wat zijn do’s en wat zijn don’ts?

De do’s zijn een betrouwbare organisatie te zijn die afspraken nakomt en meedenkt met datgene wat de gemeente beoogt. Helder zijn in wat je kunt bieden en wat niet. Zorg dat ze betrokken blijven en weten wat er speelt binnen hun gemeente: blijf diensten aanbieden. De don’ts zijn legio; gelukkig zijn we een lerende organisatie!

Wat is uw belangrijkste tip voor collega-vrijwilligersorganisaties?

Zorg dat je je stakeholders, waaronder de gemeenten, voorziet van goede kant-en-klare managementrapportages. Zorg dat je trends signaleert waarop adequaat beleid gemaakt kan worden en adviseer de gemeente daarbij.