Voelsprieten

Bezuinigingen binnen welzijnswerk: nieuwe kansen!

Na deze boute stelling zie ik de afkeurende blikken voor me, hoor ik schuivende stoelen, stampende voeten en dichtslaande deuren. Want natuurlijk is dit een moeilijke tijd voor organisaties binnen het welzijnswerk. Een tijd waarin zekerheden op zijn kop staan, projecten worden stopgezet en het voortbestaan van organisaties onzeker wordt. In het netwerk voor regionale steunpunten vrijwilligerswerk NOVi, is het een vast onderwerp van gesprek. En duidelijk is, dat er landelijk weliswaar verschillende keuzes gemaakt worden binnen de politiek, maar dat veel organisaties te maken krijgen met fors minder financiële armslag.

En toch? Als we nu eens anders proberen te kijken naar deze tijd van recessie. Als we nu eens omdenken (je weet wel: kijken naar het halfvolle glas, naar het halflege glas of zoeken naar de kraan)? Dat is niet nieuw, het gebeurt al in het welzijnswerk in Nederland. En wordt dat ook niet hoog tijd? De Wmo vraagt al jaren aan organisaties om in ketens samen te werken, te ‘ontschotten’, niet aanbod- maar vraaggericht te werken. Natuurlijk doet iedereen zijn stinkende best om dit te bereiken, maar als we nu eens kritisch naar onszelf kijken: is dat ook gelukt? Kijken we nog niet veel te vaak door onze oude, traditionele welzijnsbril? Zijn er niet te weinig voorbeelden van projecten waarin omgedacht wordt?

Wat bedoel ik daar dan mee? De Wmo gaat uit van de eigen regie van mensen. En ook van een samenleving waarin men naar elkaar omziet. De Vereniging NOV heeft in haar preambule verwoord dat het zich baseert op de existentiële waarde van het vrijwilligerswerk, de waarde die het heeft voor de mens zelf, die er uit vrije beweging en gemotiveerd voor kiest. Wordt het niet eens tijd om als organisaties in de spiegel te kijken? Te leren achterover te leunen? Niet te vlug te denken dat wij weten waar mensen behoeften aan hebben, wat de samenleving nodig heeft, beter nog dan die mensen, die samenleving zelf? Echt te luisteren naar wat mensen beweegt, waar mensen mee zitten, zonder gelijk met een aanbod te komen? Te leren het eigenaarschap van ideeën bij de initiatiefnemers te laten en vooral faciliterend op de achtergrond te blijven?

Door op deze manier mensen zelf aan het woord te laten, zelf uit hun luie stoel te laten opstaan, wordt een solidaire samenleving gecreëerd waarin ‘meedoen’ en ‘zelf doen’ vanzelfsprekend wordt. Door te luisteren wat vanuit de samenleving zelf wordt aangedragen, kan het welzijnswerk meebewegen met die samenleving waarvoor het dienstbaar wil zijn. Het is een kwestie van voelsprieten ontwikkelen.

En die voelsprieten, die zijn nodig, ook voor beleidsmakers. Zonder die voelsprieten kunnen geen adequate keuzes gemaakt worden. Als wij die kans nu eens grijpen en ons onmisbaar maken door die voelspriet te worden? Dan geven we de samenleving de kans zich zelf te ontwikkelen naar eigen behoeften. Dan gaat de politiek weer in het welzijnswerk geloven. En, dat brengt weer kansen met zich mee: wellicht al voor het huidige werk en toch zeker voor nieuwe initiatieven!

Margriet de Leeuw,
Bestuurslid Vereniging NOV