Vrijwilligerswerk 2020: flexibiliteit binnen kaders?

08 juni 2015

Op 4 juni 2015 was het symposium Vrijwilligerswerk 2020 in Utrecht. Evelien Tonkens (Universiteit voor Humanistiek), Lenie Scholten (wethouder Eindhoven) en Ella Vogelaar (voorzitter NOV) bogen zich met 140 gasten over het nu in het vrijwilligerswerk, maar gelukkig ook over de rol van de overheid en de vrijwilliger in 2020. Tonkens gelooft in improvisatie binnen heldere kaders van een voorspelbare en aanspreekbare overheid. Lenie Scholten wil af van een ‘gestolde’ overheid. De woorden vielen niet, maar ‘the right to challenge’ (Denk je dat je het beter kunt? Laat maar zien!) klonk door. Het symposium was georganiseerd voor het afscheid van Els Berman als directeur van Vereniging NOV.

Nieuwe vrijwilliger bestaat niet?

Evelien Tonkens trapte kritisch af met een presentatie over haar onderzoek ‘Kunnen we dat (niet) aan vrijwilligers overlaten?’ (te downloaden via Platform31), waarin zij betoogt dat professionele betaalde begeleiding altijd nodig zal zijn bij het overnemen van publieke functies door burgers/vrijwilligers. Hierbij verklaarde ze stellig dat ze de nieuwe vrijwilliger (die van de korte, eenmalige klussen) nog niet tegengekomen was. Ook Scholten, die wel denkt dat burgers het zelf heel goed kunnen en met fantastische initiatieven komen (bekijk haar lezing voor vele voorbeelden), herkent de nieuwe vrijwilliger niet.

Tonkens zei dat hij hoogstens geschapen werd door initiatieven als NL Doet, maar dat het gros van de mensen deel willen uitmaken van iets dat groter is dan hun eigen rol. Tonkens: “Het is misschien waar dat het zware bestuurswerk niet iedereen bevalt, maar dat gold wellicht altijd al. Je moet dus uitzoeken wat mensen drijft.”

Loskomen van systeemwereld

In de toekomst moeten gevestigde vrijwilligersorganisaties loskomen van hun aanpassingen aan de systeemwereld, zo stelt Ella Vogelaar: “Bij alle burgerinitiatieven, en zo zijn de meeste vrijwilligersorganisaties begonnen, zie je de vraag opkomen in welke mate van organisatie ze moeten hebben. Bijvoorbeeld om in aanmerking te komen voor een subsidie of geld van een fonds.” Die manier van organiseren sluit niet altijd goed aan bij hoe we steeds meer gaan denken, los van gevestigde instituten en werkwijzen. Jan Koehoorn (directeur Scouting) brengt de digitale middelen in de discussie. Evelien Tonkens beargumenteert dat de digitale vrijwilliger niet noodzakelijkerwijs een andere vrijwilliger is, behalve dan dat hij zich van andere middelen bedient. Lenie Scholten benadrukt dat de tijd nu wel rijp is voor digitale 1-op-1 matchingsystemen, waarop Tonkens benadrukt dat echt bemiddelen met de hulp van echte mensen ook daarbij belangrijk blijft.

Rolverdeling in 2020

Vogelaar vraagt Tonkens en Scholten om in een paar minuten te vertellen hoe in 2020 de relatie tussen de vrijwilliger en de professional is, waarop het even stil blijft. Lenie is hoopvol over de wijkgerichte stroming, over de wijkteams die de goede houding hebben richting mensen en burgerinitiatieven. Maar bij de ambtenaar moet de beuk erin. De beweging van onderop is echt groeiende, niet te stuiten en de ambtenaar mag dat niet tegenhouden. Tonkens ziet dat alle overheden zoeken naar een nieuwe rol en is bang voor het informele overleg: “Het informele geeft heel veel macht aan mondige burgers en we hebben niet voor niets de representatieve democratie uitgevonden. De overheid moet voorspelbaar zijn. Een ambtenaar die heel de tijd uitzonderingen maakt, is geen ambtenaar. De flexibiliteit moet bij de sociaal werker liggen. Anders gaan we binnenkort met ons allen de vraag stellen waar eigenlijk de overheid is gebleven. En gaan we vragen waarom het ene initiatief wel geld heeft gekregen en het andere niet. De actieve burger mag dan weer van het toneel af en we gaan de overheid weer heruitvinden. Koester de overheid in zijn eigen rol, hoe saai die ook moge zijn.” Scholte stelt daar haar 13-jarige wethouderspraktijk tegenover: “Onze ambtenaren worden geen sociale werkers, maar de initiatieven die er zijn lopen aan tegen een gestolde overheid. Hoe gelijk is het gelijkheidsprincipe?” Verschillende mensen verdienen verschillende oplossingen. Maar, “de overheid moet het wel kunnen uitleggen.” Tonkens is het ermee eens dat de overheid vernieuwing niet in de weg moet staan. Zij moet binnen kaders tot flexibele oplossingen komen en burgers moeten de kans krijgen om te laten zien dat ze het beter kunnen dan de overheid of andere aanbieders.

Slotconclusie van Ella Vogelaar is dat het spannend gaat worden of de overheid het benodigde improvisatietalent aan de dag zal leggen, of er maatwerk zal komen en waar dat gaat schuren met een gelijkheidsprincipe.

Bijdragen van bezoekers

16 juni 2015 ▪ Elly Geelkerken ▪ Vita welzijn en Advies

Zeer heldere discussies en ben het wel eens met de eigenheid van vrijwilligerswerk die zou moeten blijven. Jammer dat de Maatschappelijke Stages nu niet meer verplicht zijn dat was toch een mooie continuiteit voor het vrijwilligerswerk.

Draag ook bij aan deze website

Geef uw tips, voorbeelden en opmerkingen.


Een bijlage is optioneel. Bestandsformaat: pdf.
De maximale bestandsgrootte is 32 MB.
Na het plaatsen ontvangt u een e-mail ter bevestiging.
Het e-mailadres wordt niet bij uw bijdrage getoond.