Is de overheid nu vóór of tégen de participatiesamenleving?

20 maart 2014

Op vrijdag 21 en zaterdag 22 maart zijn meer dan driehonderdduizend vrijwilligers aan de slag tijdens NL Doet, dat dit jaar voor de tiende keer wordt georganiseerd door het Oranjefonds.  Het belang van vrijwilligerswerk voor onze samenleving wordt zo zichtbaar. Niet door er over te praten, maar door het te doen. Nederland telt ruim 6 miljoen van die doeners: de helft van de bevolking ouder dan 15 jaar. Wil de overheid een nog grotere betrokkenheid realiseren? Dan moet ze aan een aantal minimale randvoorwaarden voldoen. En met consistent beleid komen. Daar ontbreekt het aan.

Overal zijn vrijwilligers actief: bij sportclubs, jongerenwerk, de zorg, natuurbehoud, dierenbescherming, kerken, politieke partijen, et cetera. Van mensen die jarenlang de spil van een vrijwilligersorganisatie zijn tot hen die af en toe iets doen. Maar allemaal zijn ze intrinsiek gemotiveerd. Samen vormen ze een sterk en onmisbaar sociaal weefsel voor een vitale samenleving. Dat is des te belangrijker omdat de overheid met de participatiesamenleving oproept om nog meer eigen regie te nemen en om te zien naar elkaar. Voor die gedachte lijkt een groot draagvlak te bestaan. In allerlei initiatieven op het terrein van zorg, wonen en welzijn nemen burgers het heft in eigen hand om voorzieningen te organiseren waar anderen gebruik van kunnen maken. Dat kan gaan om het inkopen of leveren van zorg, het doen van boodschappen voor elkaar tot zelfs het in beheer nemen van zwembad of buurthuis. 

Burgerkracht is niet gratis

Het stimuleren van de participatiesamenleving is echter iets anders dan een aantal taken en verantwoordelijkheden over de schutting gooien naar burgers. De overheid moet aan een aantal  minimale randvoorwaarden voldoen. Zo dreigde in Lichtenvoorde het zwembad te sluiten omdat de gemeente geen subsidie meer gaf. De vrijwilligers van de zwemvereniging ijverden met succes voor het openhouden. Het bleek wel nodig dat er tenminste één beroepskracht is, die de inzet van al die vrijwilligers coördineert en voor continuïteit zorgt. Ook moest de gemeente investeren in het onderhoud van het zwembad.

Of neem de oproep tot zelfredzaamheid en burgerkracht. Soms zijn mensen zo kwetsbaar dat zij niet de regie over hun leven kunnen nemen en ook niet beschikken over een netwerk dat kan helpen. Dan moeten anderen dat netwerk bieden, door bijvoorbeeld lotgenotencontact te organiseren of vertrouwenspersonen in te schakelen die dichtbij staan of zelf vergelijkbare ervaringen hebben gehad. Kortom: burgerkracht is niet gratis.

Roep om consistent beleid

Het overheidsbeleid moet ook consistent zijn. Staatssecretaris Van Rijn (VWS) bezuinigt fors op de thuiszorg en zegt dat mensen meer zelf moeten doen of de hulp van familie en buren moeten inroepen. Maar minister Asscher (SZW) zegt dat mensen met een ww-uitkering geen vrijwilligerswerk mogen doen als er sprake is van verdringing van regulier werk. Je zou haast gaan denken dat de regering vindt dat je alleen vrijwilligerswerk mag doen als je een drukke baan hebt.

Veel vrijwilligers zullen intrinsiek gemotiveerd zijn het gat opvullen dat ontstaat doordat er minder betaalde arbeid in de zorg voorhanden is vanwege overheidsbeleid. In principe is er een groot reservoir van deze steunpilaren. Daardoor kunnen nog meer zorgkosten worden teruggedrongen. Een derde van alle mensen die de huisarts bezoeken heeft klachten die te maken hebben met eenzaamheid. Pillen lossen dat niet op, een doktersadvies om onder de mensen te komen wel. Burgerinitiatieven zoals Resto Van Harte en andere burgerinitiatieven bieden die mogelijkheid. Om de participatiesamenleving verder uit te bouwen is zowel landelijk als lokaal een overheid nodig die zich faciliterend en lerend opstelt, nieuwe samenwerkingsvormen met burgers aangaat en professionals de regelruimte biedt om in te spelen op de verschillende omstandigheden waarin burgers verkeren.

 

Ella Vogelaar

Voorzitter Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV)