VOG niet voldoende, wel noodzakelijk

11 oktober 2012

Pieter Hilhorst wijst in zijn column van dinsdag 9 oktober op 'misplaatste' daadkracht van de overheid in het voorkomen van seksueel misbruik in de Jeugdzorg. Hij meent dat het invoeren van een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) een mooi voorbeeld is van een maatregel die meer kapot maakt dan ons lief is. Hij doet dat aan de hand van slechts één voorbeeld dat ook nog niet klopt. Daarmee bewijst hij kinderen en andere kwetsbare doelgroepen geen dienst.

Natuurlijk is een VOG geen garantie tegen misbruik, maar het is wel een noodzakelijk onderdeel van een breder pakket aan maatregelen en bovendien zeer uitvoerbaar. Wij werken met het vrijwilligerswerk al sinds enkele jaren, in het project In veilige handen, aan het veiliger maken van het  vrijwilligerswerk voor kinderen. Daarbij hoort het bespreken van seksualiteit en seksueel grensoverschrijdend gedrag. Daarbij hoort het inventariseren van risico’s, het stellen van normen en het aangaan van moeilijke gesprekken. En daarbij behoort ook het aanscherpen van selectie en screening en dus ook de invoering van de VOG.  

Wanneer voor het vrijwilligerswerk een VOG wordt aangevaagd, wordt vooral op zeden gescreend. Aangevraagde VOG’s worden hoogst zelden geweigerd. Er moet dan echt wel iets mis zijn met de vrijwilliger. Dat geldt ook voor het geval van Pieter Hilhorst, waarin de aanvrager kerstbomen verbrandde boven op een school. Je kunt dan twijfelen of iemand geschikt is om de mogelijke gevolgen van zijn handelen te overzien. De persoon in kwestie heeft overigens uiteindelijk zijn VOG gekregen omdat minder ernstige feiten snel verjaren.  

Wanneer een VOG geweigerd wordt, zien wij dit niet als een beroepsverbod. Er zijn nog op vele plekken vrijwilligers nodig, maar wij zien antecedenten op het gebied van zeden als onverenigbaar met vrijwilligerswerk met kinderen.

Auteur: Saskia Daru, projectleider In veilige handen

 

Doe mee met In veilige handen