Verslechtering btw-regels voor vrijwilligersorganisaties?

01 maart 2012

De goedkeuring voor vrijstelling van btw op fondsenwerving is per 1 januari 2012 gewijzigd. Reden voor Vereniging NOV om een bijeenkomst te houden met experts van Loyens&Loeff over de Europese en Nederlandse btw-regeling. Deze bijeenkomst was op 29 februari in de nieuwe huisvesting van NOV aan de Maliebaan in Utrecht. Zij hebben gesproken over aanpassingen die nodig zijn om te voldoen aan Europese richtlijnen. En licht geworpen op onduidelijkheden rondom btw-heffing.

De experts van Loyens&Loeff hebben een toelichting gegeven over de intrekking van de btw-vrijstelling voor fondsenwervende organisaties zoals steunstichtingen en ‘vrienden van ….’ organisaties. Ook organisaties die over de primaire activiteiten btw moeten betalen omdat ze niet zijn vrijgesteld in wetgeving of omdat de inkomsten hoger zijn dan de vrijstellingsgrenzen, moeten voortaan btw betalen over de fondsenwervende activiteiten.

Europees nadeel

Het btw-systeem in Nederland is gebaseerd op Europese richtlijnen en regelgeving. Nederland heeft nog een aantal goedkeurende of gunstige regelingen voor vrijwilligersorganisaties en is daarvoor op de vingers getikt. De vrijstelling voor fondsenwervende activiteiten van de steunstichtingen of ‘vrienden van...’ organisaties is daarom ingetrokken. Deze vrijstelling is per 1 januari afgeschaft en wordt effectief per 1 juli; een overgangsperiode van zes maanden.

Onduidelijk

Er blijkt veel onduidelijkheid te zijn rondom de btw. Vaak gaan organisaties er ten onrechte van uit dat de organisatie is vrijgesteld van btw-verplichtingen. Elke ondernemer en onderneming is in principe btw-plichtig. Kenmerkend voor het ondernemerschap is het aanbieden van goederen en diensten tegen betaling. Hieronder vallen ook de contributie, ledenbladen etc. Het is hierbij niet van belang of er winst wordt beoogd. Hierdoor vallen vrijwel alle vrijwilligersorganisaties onder het begrip onderneming en zijn ze btw-plichtig.

Vrijstellingen

Er bestaan wel vrijstellingen van btw-verplichting, maar die gelden voor de diensten en producten zelf. Voor activiteiten op het gebied van jeugdwerk, sport en bevorderen van sportbeoefening, sociaal-cultureel werk, politieke, godsdienstige, vaderlandslievende, levensbeschouwelijke of liefdadige aard gelden vrijstellingen. De belastingdienst hanteert dit strikt. De producten en diensten moeten een onderdeel zijn van de activiteiten. Voor veel vrijwilligersorganisaties geldt dat ze zijn opgericht met een specifiek doel. Dit wordt in belastingtermen de hoofdactiviteit genoemd. Als deze hoofdactiviteit behoort tot een van de vrijgestelde activiteiten kunnen nevenactiviteiten voor het werven van financiën om de hoofdactiviteiten te financieren, ook vrijgesteld worden. Of een hoofdactiviteit is vrijgesteld zal door de Belastingdienst bepaald moeten worden.

Geen vrienden- of steunvrijstelling

In het verlengde van de vrijstellingsregeling voor nevenactiviteiten gold tot 1 januari 2012 ook een vrijstellingsregeling voor een steunstichting of ‘vrienden van ..’ organisatie die fondsen werven voor organisaties waarvan de hoofdactiviteit is vrijgesteld. Deze regeling is inmiddels ingetrokken. Ook is de btw-vrijstelling voor fondsenwerving ingetrokken voor organisaties die diensten of producten aanbieden op sociaal, cultureel of recreatief gebied en over deze activiteiten geen btw betalen. De amateurtoneel-, amateurmuziek-, carnavals- en kleindierenverenigingen zijn hiervan uitgezonderd. Deze organisaties hebben een eigen uitzonderingsregeling.

Beperkingen

De vrijstellingen van btw zijn niet onbeperkt. Er gelden grensbedragen. Deze zijn ongewijzigd:

  • Voor levering van goederen (clubmaterialen, glazen, speldjes dassen en andere verkoopacties) is de grens € 68.067 per jaar.
  • Voor diensten (bingoavonden, fancy-fairs, toegang tot wedstrijden en sponsoring) is de grens € 22.689 per jaar.
  • Voor fondsenwervende diensten aan sportverenigingen of de leden daarvan is maximaal € 31.765 vrijgesteld.

De grensbedragen gelden per categorie afzonderlijk. Als de organisatie bijvoorbeeld voor de levering van goederen meer dan € 68.067 ophaalt en de opbrengsten uit de diensten lager blijven dan € 22.689, is alleen de levering van goederen belast. Bij overschrijding van een grensbedrag per categorie geldt dat voor die categorie belasting betaald moet worden over het gehele bedrag. Het kan daarom verstandig zijn te stoppen met de verkoop of de levering van diensten wanneer de grensbedragen overschreden worden omdat de te betalen btw hoger is dan de extra winst uit verkoop of dienstverlening.

Kantineregeling

Ook de kantineregeling is ter sprake gekomen. Deze nevenactiviteit is voor veel organisaties een interessante bron van inkomsten. Het ministerie heeft in de toelichting bij laatste wijziging van 30 december 2011 aangegeven dat deze regeling mogelijk ook gaat veranderen. Met de aanwezigen bij de bijeenkomst met de experts van Loyens&Loeff is hierover ruim van gedachten gewisseld, maar uiteindelijk kan niemand een goede voorspelling doen. Vereniging NOV zal een vinger aan de pols houden en zodra hierover nieuws te melden is dit met de achterban communiceren.

Kleine ondernemersregeling voor vrijwilligersorganisaties?

Een tweede extra onderwerp dat is besproken als mogelijk lobbypunt voor de toekomst is de kleine ondernemersregeling. In deze regeling is opgenomen dat wanneer de btw-verplichtingen lager zijn dan €1883,- de ondernemer wordt ingedeeld onder kleine ondernemer en is vrijgesteld van btw. Echter deze regeling geldt allen voor natuurlijke personen. Vereniging NOV wil zich hard maken dat dit ook voor vrijwilligersorganisaties gaat gelden.

Meer informatie over btw en vrijwilligersorganisaties krijgt u bij Ronald Hetem, r.hetem nov.nl.