Van den Bos: "Overheid laat functie vrijwilligerscentrale onbenut"

19 maart 2014

ceesvandenbosOverheden investeren onvoldoende in het stimuleren van vrijwilligerswerk. Dit ondanks de huidige nadruk op een participatiesamenleving. Dat stelt onderzoeker Cees van den Bos, die recent promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op een proefschrift over vrijwilligerscentrales (download het onderzoek). Deze stimuleren op lokaal niveau deelname aan vrijwilligerswerk. Uit onderzoek van Van den Bos blijkt dat deelname aan vrijwilligerswerk de sociale cohesie verbetert. Desondanks doen overheden te weinig om de bereidheid van burgers om zich vrijwillig in te zetten, volledig te benutten. Volgens Van den Bos is de infrastructuur van vrijwilligerscentrales van essentieel belang voor overheden die een participatiesamenleving beogen.  

Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw stimuleren overheden in veel Westerse landen vrijwilligerswerk. Minstens vijftig landen hebben daarvoor op landelijk, regionaal of lokaal niveau vrijwilligerscentrales opgezet om de deelname aan vrijwilligerswerk te bevorderen. Van den Bos onderzocht voor zijn proefschrift  ‘Using Volunteering Infrastructure to build civil society’ dergelijke centrales in acht landen. Overheden blijken vier betekenissen toe te kennen aan vrijwilligerswerk: welzijn (iets doen voor een ander), democratie (beleid beïnvloeden), economie (maatschappelijke participatie van burgers  bevorderen) en zelforganiserende gemeenschappen  (sociale cohesie en wederkerigheid versterken).  

Die betekenissen van vrijwilligerswerk  zijn echter sterk afhankelijk van het  politieke regime dat in een land heerst. Liberale regimes (zoals Amerika) benadrukken de ‘instrumentele betekenis’ (welzijn), waarbij vrijwilligerswerk een instrument is om activiteiten goedkoper en meer op maat uit te voeren. Voor sociaaldemocratische regimes (zoals Noorwegen en Zweden)zijn de zelforganiserende gemeenschappen die vrijwilligers vormen belangrijk en democratie, omdat burgers hierdoor hun stem kunnen laten horen. Corporatistische regimes (zoals Nederland en Duitsland) stimuleren vrijwilligerswerk vooral om zijn instrumentele waarde, maar onderkennen ook dat vrijwilligerswerk bijdraagt aan maatschappelijke participatie en zelforganiserende gemeenschappen. 

Nederland

Van den Bos’ onderzoek laat zien dat de Nederlandse overheid bij het realiseren van een participatiesamenleving drie van de vier betekenissen van vrijwilligerswerk zegt te willen stimuleren, namelijk welzijn, economie en zelforganiserende gemeenschappen. Maar als wordt gekeken welke beleidsmaatregelen de overheid nu concreet neemt om deze betekenissen goed uit de verf te laten komen, dan valt op dat alleen de zogenaamde ‘instrumentele betekenis’ (welzijn, dus meer handjes in de zorg) wordt versterkt. Het belang van participatie en zelforganiserende gemeenschappen wordt niet met stimulerende maatregelen kracht bijgezet. En dat terwijl blijkt dat vrijwilligerswerk de sociale cohesie bevordert.

Kernfuncties

Uit het onderzoek komt verder naar voren dat de centrales zes kernfuncties hebben: bemiddeling tussen vrijwilliger en organisatie, werving van vrijwilligers, deskundigheidsbevordering, het ontwikkelen van nieuwe vormen van vrijwilligerswerk, het ondersteunen van vrijwilligersorganisaties en het aantrekkelijker maken van de deelname aan vrijwilligerswerk. Hoewel elk onderzocht land dezelfde kernfuncties telt, is de mate waarin en manier waarop ze die functies uitvoeren per land totaal verschillend. Zo is in sommige landen (Nederland onder andere, maar ook de VS, Groot-Brittannië en Duitsland) de bemiddelingsfunctie van vrijwilligerswerk het belangrijkst, terwijl deze functie in andere landen (Scandinavië en Italië) een ondergeschikte rol speelt.  Volgens Van den Bos is de infrastructuur van vrijwilligerscentrales bij uitstek geschikt om de bereidheid van burgers om zich vrijwillig in te zetten, met passende vrijwilligersfuncties aan te boren.

Met zijn bevindingen wil Van den Bos handvatten bieden aan beleidsmakers, mensen werkzaam bij vrijwilligerscentrales en aan landen die een ondersteuningsstructuur voor vrijwilligerswerk willen opzetten. Het kan landen helpen om te bepalen welke randvoorwaarden nodig zijn om een klimaat te scheppen dat burgers uitnodigt  om zich vrijwillig in te zetten.

Over Cees van den Bos

Cees van den Bos (1951) studeerde opbouwwerk aan de Haagse Hogeschool. Sinds 1977 staat hij aan het hoofd van de eerste Nederlandse vrijwilligerscentrale, Vrijwillige Inzet Arnhem. Tussen 1977 en 2000 heeft hij verschillende bestuurlijke functies bekleed in de landelijke infrastructuur van het vrijwilligerswerk, eerst bij de Landelijke Vereniging van Vrijwilligerscentrales en later bij Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV). In 2004 begon hij een doctoraal studie aan de RSM Erasmus Universiteit, waar hij in maart 2014 promoveerde op een onderzoek naar de motieven van overheden in acht landen om vrijwilligerswerk te stimuleren met behulp van vrijwilligerscentrales. Over dit onderwerp publiceerde hij verschillende artikelen in Vrijwillige Inzet Onderzocht (ViO) en gaf hij lezingen in binnen- en buitenland.

Rotterdam School of Management, Erasmus University (RSM) wordt consequent gerekend tot de top 10 business schools in Europa en tot de top 3 in onderzoek. RSM biedt baanbrekend onderzoek en opleidingen ter verdere bevordering van excellence in alle aspecten van management. RSM is gevestigd in de internationale havenstad Rotterdam, een bruisend knooppunt van zaken, logistiek en handel. RSM richt zich primair op het ontwikkelen van zakelijke leiders met internationale carrières die gewapend met hun innovatieve gedachtegang een duurzame toekomst kunnen inslaan dankzij een gamma bachelor, master, MBA, PhD en executive programma's van het hoogste niveau. De ondersteuningsdiensten van RSM voor executives en alumni worden ook aangeboden vanuit het kantoor aan de Amsterdamse Zuidas, het hoofdstedelijke zakendistrict, en ook in Taipei in Taiwan. www.rsm.nl 

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Olivia Manders, Media Officer voor RSM op+31 10 408 2028 of per e-mail op manders rsm.nl.