Oppassen dat vrijwilligersorganisaties geen uitvoerders tegenprestatie worden

10 april 2013

Sinds gemeenten per 1 januari 2012 een 'onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteit' (tegenprestatie) kunnen verlangen van bijstandsgerechtigden, zijn er steeds meer media die berichten over gemeenten die verplicht 'vrijwilligerswerk' invoeren. Hierbij worden bijstandsgerechtigden gekort op hun uitkering als zij deze tegenprestatie niet leveren. Vereniging NOV heeft laten uitzoeken of dat mag en wat in juridische zin aangemerkt kan worden als vrijwilligerswerk. Schyns Advocaten zocht een en ander uit en concludeerde dat de scheidslijn tussen vrijwilligerswerk en ‘onbeloonde maatschappelijk nuttige activiteiten’ niet altijd scherp te trekken is. Wanneer kan dat wel? En waarom moeten vrijwilligersorganisaties voorzichtig omgaan met de tegenprestatie?

Wat is vrijwilligerswerk in de juridische benadering?

In haar advies aan NOV stelt Schyns Advocaten dat:

"... werkzaamheden die door een vrijwilligersorganisatie worden geworven en aangeboden, kunnen worden gekwalificeerd als vrijwilligerswerk. Deze werkzaamheden voldoen (uiteraard) aan de kenmerken van vrijwilligerswerk én worden in georganiseerd verband uitgevoerd, door een organisatie die haar doelstelling(en) voornamelijk realiseert met en door de inzet van vrijwilligers. Als een uitkeringsgerechtigde door een College wordt verplicht om werkzaamheden te verrichten in het kader van de verplichte tegenprestatie en deze werkzaamheden worden georganiseerd door/via een vrijwilligersorganisatie, dan is er op goede gronden aan te nemen dat er wél sprake van vrijwilligerswerk is. Juist omdat de werkzaamheden die door vrijwilligersorganisaties worden aangeboden, zijn bedoeld als vrijwilligerswerk. In dat geval kunnen dergelijke werkzaamheden mogelijk niet worden ingezet als verplichte tegenprestatie en een uitkeringsgerechtigde zou dan ook kunnen weigeren om die werkzaamheden als verplichte tegenprestatie uit te voeren. 

Het vrijwillig karakter bewaken

Evenals Vereniging NOV stelt Schyns Advocaten dat: "Het verplicht inzetten van uitkeringsgerechtigden om vrijwilligerswerk te doen in het kader van de verplichte tegenprestatie ook nadelige gevolgen kan hebben voor de vrijwilligersorganisaties en voor het vrijwilligerswerk in het algemeen." Hierbij beredeneert Schyns Advocaten dat: "‘vrijwilligerswerk’ haar vrijwillige karakter zou kunnen verliezen, het dus geen vrijwilligerswerk meer is en dat vrijwilligersorganisaties meer het karakter krijgen van een organisatie die voor de gemeente de verplichte tegenprestatie organiseert."

Geen verplichting voor vrijwilligersorganisaties

Schyns Advocaten noemt in haar advies ook dat vrijwilligersorganisaties niet verplicht zijn om hun medewerking te verlenen aan gemeenten die uitkeringsgerechtigden in het kader van de verplichte tegenprestatie aan het werk willen zetten. Gemeenten kunnen vrijwilligersorganisaties niet dwingen om hieraan mee te werken omdat daar geen wettelijke basis voor is. Het staat vrijwilligersorganisaties daarom vrij om uitkeringsgerechtigden die in het kader van de verplichte tegenprestatie werkzaamheden (moeten) komen verrichten, te weigeren. Het is aan de gemeenten zelf om werkzaamheden te organiseren en aan te bieden in het kader van de verplichte tegenprestatie.

Lees hier het NOV-standpunt en hier het volledige advies van Schyns Advocaten.