NOV-aanvullingen voor debat Wmo 2015

18 april 2014

Op 22 en 23 april gaat het debat in de Tweede Kamer over de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Vereniging NOV heeft voor deze gelegenheid kamerleden extra geïnformeerd het gebrek aan aandacht voor vrijwilligerswerk in deze wet.

Aan de positie van de mantelzorger wordt in de Wmo terecht veel aandacht besteed; deze wordt één met de zorgvrager en het hulpaanbod kan ook bestaan uit ondersteuning van de mantelzorger, zodat deze de zorg voor partner, moeder of kind langer vol kan houden. Deze versterking is een goede zaak. Daarentegen strookt de aandacht voor vrijwilligers(werk) niet met de enorme verwachtingen die de overheid heeft van de vrijwillige inzet van burgers voor de kwetsbare medemens, de term “vrijwilliger” ontbreekt zelfs aan de begrippenlijst en waar het begrip te vinden is, wordt het verengd tot een onderdeel van informele zorg.

Bestaand aanbod beter betrekken

Positief in het Wmo-wetsvoorstel is de bepaling dat gemeenten in een periodiek plan het beleid voor en de ondersteuning van de vrijwilligers en mantelzorgers moeten formuleren. Vrijwilligers en mantelzorger zijn beide onmisbaar in de keten van maatschappelijke ondersteuning van kwetsbare burgers en zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin van toenemend belang. Zij (of hun organisaties) dienen daarom als gelijkwaardige partners in de uitvoering te worden beschouwd en bij het ontwikkelen van beleid en plannen betrokken, naast bijvoorbeeld andere aanbieders en zorgverzekeraars. Voor zover wij dat kunnen overzien is dat in slechts een gering aantal gemeenten op dit moment de praktijk. Daarmee ontbreekt het veel gemeenten aan kennis over de sector waarvan zoveel wordt verwacht.

Preventief

Men heeft geen inzicht in het al bestaande aanbod dat vaak met andere financiële middelen wordt gerealiseerd en (h)erkent niet de rol en betekenis van de vele vrijwilligersorganisaties die met een breed sociaal aanbod actief zijn op het preventieve vlak en zo bijdragen aan uitstel van de zorgvraag. Op gemeentelijk niveau bestaat er geen totaalbeeld van de keten formele zorg en informele zorg en welzijn en daarmee mist de gemeente kansen. De specifieke expertise blijft onbenut in de voorbereidingen van de decentralisatie, de hooggespannen verwachtingen worden niet gemanaged. Met name vrijwilligerswerk doet zich niet alleen voor in zorg en welzijn rondom (individuele) burgers die een beroep doen op de Wmo, maar ook op de andere onderdelen van het sociale domein waarvoor de gemeenten een geïntegreerd beleid moeten voeren. Terreinen zoals zorg, jeugd, welzijn, onderwijs en sport.

Kortingen op formele zorg

Gemeenten richten zich in de voorbereidingen op de decentralisatie voornamelijk op de condities en voorwaarden voor de organisatie en financiering van de formele zorg en ondersteuning en bereiden de aanbestedingsprocedures voor die in de zomer hun beslag moeten krijgen. Aangezien de decentralisaties ook gepaard gaan met aanzienlijke kortingen op de budgetten zijn er grote gevolgen te verwachten voor functies en uitvoering op lokaal niveau. Omdat gemeenten nog geen beeld hebben van de samenhang tussen formele zorg en wat burgers zelf kunnen (en willen) doen en wat er voor nodig is om dat voldoende te ondersteunen, valt te vrezen dat ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk het kind van de rekening zal worden.

Ondersteuning vrijwilligerswerk nodig

Het lijkt wel alsof gemeentebestuurders denken dat vrijwilligerswerk vanzelf gaat. Maar wie kwaliteit en continuïteit verwacht, ook van de informele zorg en welzijnsactiviteiten zal daar ook in moeten investeren, om te beginnen met aandacht en erkenning van de zeer noodzakelijke coördinatiefuncties. Het enorme aantal vrijwilligers die Nederland kent (namelijk 50% van alle inwoners van 15 jaar en ouder), kan ook lager worden dan we nu gewend zijn. NOV doet een beroep op de rijksoverheid om als systeemverantwoordelijke voor de Wmo de gemeenten op basis van resultaat van monitoring en evaluatie te blijven aanspreken op de aanpak, beleid en uitvoering van hun taken. Het gaat voor vereniging NOV dan om de volgende zaken :

  1. gemeenten voeren de basisfuncties voor ondersteuning van mantelzorg en vrijwilligerswerk uit;
  2. gemeenten stellen voldoende middelen beschikbaar voor kritieke coördinatorfuncties en voor deskundigheidsbevordering (bij voorkeur in regionaal verband).

Belangrijke voorwaarde is daarbij dat ook in de Wmo het begrip vrijwilligerswerk breed wordt benaderd.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Els Berman (e.berman nov.nl, 06 45211308)