Kamerleden willen af van maximale uurtarieven in vrijwilligersvergoeding

06 november 2014

De Tweede Kamer heeft op 4 novemder 2014 een motie aangenomen voor versoepeling van de regeling voor de vrijwilligersvergoeding. De Kamerleden Pia Dijkstra en Hanke Bruins Slot vroegen de regering om, in overleg met NOC*NSF en Vereniging NOV, te kijken of de huidige regeling voor vrijwilligersvergoedingen kan worden vereenvoudigd met als doel de administratieve lasten te verminderen.

In de huidige regelgeving mag de vrijwilligersvergoeding niet hoger zijn dan een vastgesteld uurtarief en in het totaal niet boven de €150,- per maand komen (met een maximum van € 1500,- per jaar). In de motie vroegen de beide Kamerleden aan de regering deze rigide uurtarieven en het maximale maandbedrag los te laten en te vervangen door een maximum bedrag per kwartaal. Dit verlaagt de administratieve lasten omdat niet langer elk uur geregistreerd hoeft te worden en het past beter bij de huidige praktijk in het vrijwilligerswerk, dat vaak pieken kent. Denk bijvoorbeeld aan de periode voor een evenement of tijdens een kamp waar vrijwilligers veel uren maken. In die periode komt een vrijwilliger met een uurtarief al snel boven de maximale maandvergoeding uit, terwijl in andere perioden de maximale vergoeding per maand lang niet gehaald wordt.

Het is nu aan de minister en het ministerie van Financiën om samen met NOV en  NOC*NSF te overleggen over deze wijziging. Dat zou een harde dobber kunnen worden omdat in het verleden door het ministerie juist is aangegeven erg te hangen aan de voorwaarden dat een vrijwilliger géén marktconforme vergoeding krijgt. De enige manier omdat te controleren was/is in de optiek van het ministerie de handhaving van de uurtarieven. Vereniging NOV is juist van mening dat het toekennen van een uurvergoeding de vergelijking met betaalde arbeid in de hand speelt en dat dat niet wenselijk is. Dit ook omdat de vrijwilligersvergoeding een tegemoetkoming is in de kosten en geen beloning voor gedane arbeid.