Hoe Zorgvoorelkaar lid werd van NOV

19 december 2012

Dit artikel gaat over een debat. De titel ervan gaat over een resultaat van dat debat. Onderwerp was de aansluiting tussen ‘oude’ vrijwilligersorganisaties en ‘nieuwe’ burgerinitiatieven. Of het gebrek eraan. Een laat verslag over een actueel thema.

Op 29 november was de Algemene ledenvergadering van Vereniging NOV met aansluitend een debat onder leiding van Nico de Boer. Het ging er fel aan toe, waarbij de bezoekers van de ledenvergadering het idee hadden dat traditionele vrijwilligersorganisaties nogal makkelijk over één kam werden geschoren. Een kleine clash tussen ‘oud’ en ‘nieuw’, met als milde eindconclusie dat vrijwilligersorganisaties van burgerinitiatieven kunnen leren en vice versa. En dat het verschil niet altijd even groot is.  

Debatpanel ALV NOV 29 november 2012

Vragen over burgerschap

Een belangrijk punt in het regeerakkoord is het streven naar een kleinere overheid en het neerleggen van meer verantwoordelijkheid bij burgers. Reden voor NOV om in debat te gaan over actief burgerschap, burgerinitiatief en burgerparticipatie. Debaters Mathijs Huis in ’t Veld (Zorgvoorelkaar.com), Geert Hoogenboom (Landelijke Vereniging van Kleine Kernen), Nico de BoerRinske van Noortwijk (GreenWish) en Frank van Bussel (Koninklijke Nederlandse Heidemij) - op de foto van rechts naar links - zochten antwoord op vragen of instituties nodig zijn, of overheidsgeld nodig is en zo nee, welke vormen van ondernemerschap nemen die rol over? Kunnen ‘klassieke’ vrijwilligersorganisaties overleven in netwerksociety 3.0? Vereniging NOV spaart ook zichzelf daarbij niet de zweep: moeten ook lokale organisaties en burgerinitiatieven lid kunnen worden? En willen ze dat ook?

Zijn instituties nodig?

Gespreksleider Nico de Boer is zelf de eerste om te zeggen dat er altijd een vorm van institutionalisering nodig is, ook al is er een tegenbeweging op gang gekomen als tegenhanger van het functioneren van bestaande instituties. “We kunnen het zelf wel.” Voorbeelden van zelfkunners zijn mensen die zelf de wijk bijhouden, hun energie regelen of samen een arbeidsongeschiktheidsverzekering verzorgen. En daar dus ook hun eigen tijd in steken. Mathijs Huis in ’t Veld levert voor mensen die zich niet bij een organisatie willen aansluiten het platform om voor anderen te zorgen. Huis in ‘t Veld: “Dit betekent niet dat de oude manier van vrijwilligerswerk doen, heeft afgedaan. Deze nieuwe vorm is een prima aanvulling die beter aansluit bij vrijwilligers onder de veertig.

Geert Hoogeboom bevestigt dat er in dorpsorganisaties vooral veel ouderen zitten. “Om jong bloed aan te trekken, zal er contact moeten worden gelegd met jongere organisaties.” De regering gooit alles zomaar over de schutting, wat vaak leidt tot conflicten van burgers en organisaties met de gemeenteraad. “De burger kan niet alles ongeorganiseerd oppakken. Het is lastig te zeggen waar de grenzen liggen; daar moet een structuur voor worden bedacht.”

Uitgaan van de vrijwilliger

Volgens Rinske van Noortwijk van GreenWish is het vrijwilligerswerk daarin echter veel te beperkt. Ze noemt het voorbeeld van een gepensioneerd CEO van Shell die als vrijwilliger strategische besprekingen wil voeren, maar alleen rondleidingen mag geven op de hei. “Bij vrijwilligerswerk wordt altijd vanuit de organisatie gedacht en dat wil GreenWish omdraaien: de vrijwilliger geeft aan op welke manier hij wil bijdragen aan de samenleving en de organisatie helpt hem dat te realiseren. Het is de uitdaging om dat potentieel te gaan aanboren.”  

Overheidsparticipatie

Frank van Bussel is het daarmee eens. De Heidemij is een netwerk van 150 professionals die zich op vrijwillige basis inzetten om burgerinitiatieven te realiseren, bijvoorbeeld een burgemeester die in zijn vrije tijd projecten helpt opzetten in een andere gemeente. De organisaties moeten leren om de kracht, kennis en kunde van hun leden aan te wenden. Hij meent dat de uitdaging vooral ligt in de houding van de overheid. Er zou eigenlijk sprake moeten zijn van overheidsparticipatie.

Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat juist in de kleine kernen al veel zelf wordt geregeld. De gemeente is dan alleen eindverantwoordelijke. Rinske van Noortwijk bevestigt dat steeds meer mensen actief worden in het publieke domein. De uitdaging is een goede aansluiting te maken tussen buurtbewoners en organisaties die het publieke domein bewaken.

Traditie als kracht en verstarring

Aan de zaal wordt gevraagd wie er de indruk heeft dat de gemiddelde vrijwilligersorganisatie wel wat meer mag kantelen. Tien mensen vinden dat. Vier mensen vinden dat de eigen organisatie meer mag kantelen. Er wordt opgemerkt dat de traditie van oude organisaties hun kracht is, maar dat dat ze tegelijkertijd star maakt. De samenleving heeft beide kanten nodig: vernieuwing en traditie & ervaring.

Opstand vanuit de zaal

Astrid de Beer van Natuurmonumenten betoogt - niet als enige - dat traditionele vrijwilligersorganisaties echt wel innovatief vermogen kunnen hebben.

Vanuit de NOV-achterban betoogt Natuurmonumenten dat zij als traditionele organisatie een sterk groeiend vrijwilligersbestand heeft en daarmee aantoont echt wel zichzelf te kunnen innoveren. Astrid de Beer: “Het groeit de professionals nu boven het hoofd, dus moet de organisatie een structuur bedenken om vrijwilligers inspraak te geven. Natuurmonumenten wil meer een beweging worden, waarin vrijwilligers een hoofdrol spelen.” Volgens Rinske van Noortwijk gaan actieve mensen sowieso aan de slag in het publieke domein. De vraag is niet of maar hoe. Er is behoefte aan sturing en leiderschap en een nieuwe vorm van democratie. Mathijs Huis in ’t Veld raadt de organisaties aan om goed om zich heen te kijken naar wat er al gebeurt. “Kleine initiatieven nemen vaak nieuwe vormen aan en die kun je goed gebruiken.”

Wat zijn gunstige voorwaarden voor een nieuwe structuur? Frank van Bussel denkt aan innovatie door een combinatie van functies, door verschillende doelen aan elkaar knopen. Zet als dorp bijvoorbeeld een windmolen in een weiland en besteed de opbrengst daarvan aan vrijwilligerswerk. André Hudepohl van Humanitas meent dat de uitdaging voor instituties ligt in het verbinden van twee polen: de vrijheid van ondernemen van burgers en de wens om door instituties gefaciliteerd te worden.

Aansluiting burgerinitiatieven op de overheid

In de gemeente Gouda is het steunpunt vrijwilligerswerk onderdeel van de gemeente. ‘Gouda Bruist’ is een digitaal en fysiek platform dat succesvol is. De ondersteuning vanuit de overheid is echter niet altijd vanzelfsprekend. Zij wil vaak wel, maar is vaak gebonden aan regelgeving of gebonden door bezuinigingen.

Heeft men de overheid nodig? Rinske van Noortwijk denkt van wel. “In de proeffase nog niet, maar wel bij de doorstart. Dit komt door de manier waarop maatschappelijk initiatief wordt gefinancierd. Subsidies drogen op en er worden geen stichtingen meer gesubsidieerd maar sociale ondernemingen, terwijl er geen sprake is van een normale marktsituatie. De overheid zou klant moeten zijn van startende ondernemingen, want die hebben afzetmarkt nodig en geen subsidie.”

Uit de zaal wordt gesignaleerd dat de gemeente vaak wel eisen stelt aan bewonersinitiatieven, maar in verlegenheid komt als er eisen terugkomen. De gemeente zou een partner moeten zijn en dat vraagt gelijkwaardigheid. Het is een traag veranderproces.

En hoe werd Zorgvoorelkaar nu lid?

Gespreksleider Nico de Boer vraagt Mathijs Huis in ’t Veld of hij vindt dat Zorgvoorelkaar lid moet zijn van NOV. Huis in ’t Veld kan zich daar wel in vinden. Organisaties als de zijne kunnen met hun nieuwe manieren van werken aanvullend zijn op de oudere, meer geïnstitutionaliseerde organisaties. En door samen te werken kan men elkaar versterken.