Haags onderzoek wijst uit: Vrijwilligersorganisaties moeten flexibeler

11 april 2016

PEP Den Haag bezocht in 2015 150 vrijwilligersorganisaties in Den Haag voor een gesprek en zette een enquête uit. Dit om de ondersteuningsbehoeften van de organisaties te leren kennen en ze te adviseren waar nodig. Wat kwam er aan knelpunten naar voren in deze gesprekken en de enquête? Een generatiekloof, de opdracht om te flexibiliseren, de hoge druk van bijstandsgerechtigden op de organisaties en een gebrek aan bestuurders.

Bron: Samenvatting Kwaliteitsimpuls 2015, PEP Den Haag

Nieuwe generatie werkt anders

Wat betreft het werven en behouden van vrijwilligers zijn er veel problemen. De algemene teneur is dat er – op enkele uitzonderingen na –te weinig aanloop is. Wat betreft de duur en kwaliteit van de inzet zijn de geluiden vaak positief, maar lijkt er met name bij de jongere generatie minder animo te zijn voor een langdurige verbintenis.
Aan de grond van dit probleem ligt een verschil tussen organisatiedoelen en de persoonlijke doelen van de vrijwilliger. Immers, vrijwilligers denken vaker op korte termijn, volgen een actuele agenda waarbij het eigenbelang veel aandacht krijgt en gebruiken vrijwilligerswerk vaak als een opstap. Op zich is dit positief, zeker wanneer men de afstand tot de arbeidsmarkt verkleint via het vrijwilligerswerk of vanuit werkloosheid vrijwilligerswerk als een functionele opstap ervaart. Dit gaat echter in tegen de logica van de meeste organisaties, waarbij duurzaamheid en continuïteit van de vrijwillige inzet beslissend zijn voor de voortzetting van het initiatief.

Duurzame relatie door cursussen en trainingen

Naast investeren in het behoud van vrijwilligers, wordt het voor organisaties zaak om zich in te stellen op een wisselend verloop en dit enigszins in de structuren te borgen. Het waarderen van vrijwilligers door het aanbieden van cursussen en trainingen kan bijdragen aan het langer vasthouden van young potentials. Echter, uit de gesprekken kwam naar voren dat organisaties dit nog niet voldoende op hun netvlies hebben als waarderingsmechanisme en daardoor de link met duurzaamheid missen.

Niet werven op persoonlijke voorkeur

Wat de werving betreft lijken persoonlijke doelen en persoonlijke opvattingen de keuze voor een bepaalde organisatie te beïnvloeden. Opvallend is dat organisaties met bepaalde doelgroepen – denk aan bijvoorbeeld kinderen – minder moeite lijken te ondervinden bij het werven. Een onaangename conclusie is dan dat organisaties die zich niet toespitsen op ‘aaibare’ doelgroepen, meer problemen zullen ondervinden bij het vinden van vrijwilligers. Dit omdat er steeds minder traditionele vrijwilligers zijn en men de jonge vrijwilligers niet goed weet te bereiken. In hoeverre zal in de toekomst de gunst van vrijwilligers het bestaansrecht van een organisatie bepalen? En in hoeverre moet dit als probleem gezien worden?

Te weinig bestuurders

Niet-professionele organisaties lijken een steeds groter tekort aan hoogopgeleide bestuurders te hebben. Dit tekort kan deels opgevangen worden door intensieve bestuurderscursussen aan te bieden. Wanneer deze cursussen een zekere vorm van status en waardering meekrijgen, kan dit ook voor de vrijwilliger met betrekking tot een toekomstige carrière een aantrekkelijk aanbod worden.

Tegenpresteerders

Wil je mensen die een tegenprestatie moeten leveren efficiënt activeren, dan is een aparte cursus voor organisaties niet vreemd. Delen van deze doelgroep hebben vaak een achtergrond die een bepaalde houding en kennis vereist. Daarnaast kan het slim zijn een verbinding te maken tussen de vrijwilligersorganisatie en de organisaties die belast zijn met de begeleiding van de bijstandsgerechtigde. Een andere suggestie is het werken (vrijwillige) coaches, maar dit blijkt in de praktijk niet steeds even voor de hand liggend. De coach heeft geen bevoegdheden én moet rekening houden met de organisatielogica. De beste oplossing lijkt te zijn dat organisaties de middelen krijgen (of genereren) voor intensieve begeleiding van deze mensen, zodat zowel tegenpresteerder als organisatie het optimale rendement uit de inzet kan halen.

Platform onder druk

Opvallend is dat de negatieve ervaringen met de groep bijstandsgerechtigden ook de perceptie over Denhaagdoet.nl beïnvloedt. De onderzochten zijn van mening dat Denhaagdoet.nl vooral door deze groep gebruikt wordt en dat de vacaturebank een soort van verplicht sollicitatiemiddel is, maar dat er vanuit de potentiele vrijwilliger niet echt de intentie is om het proces serieus te nemen. Screenen van de vrijwilligers kan een oplossing zijn. Dat is een opdracht die idealiter bij de Vrijwilligerspunten ligt, maar naar de mening van de respondenten te weinig wordt uitgevoerd.

Download hier: Samenvatting Kwaliteitsimpuls 2015, PEP Den Haag