Gemeenten nog niet klaar voor zelforganisatie bewoners

15 september 2015

Bron: OTB TU Delft 

Bewonersbedrijven zijn in Nederland sterk in opkomst en veelbelovend, maar hebben vaak nog last van kinderziektes. Het vinden van een succesvol verdienmodel is lastig en starre wetgeving is vaak fnuikend. Gemeenten lijken nog niet klaar voor omgang met bewonersorganisatie van onderop. Tot deze conclusie komen onderzoekers van de TU Delft (Faculteit Bouwkunde, Afdeling OTB) in hun rapport Kennisontwikkeling Experiment Bewonersbedrijven.

Bewonersbedrijven zijn kleine ondernemingen, gerund door en voor buurtbewoners. Zij kunnen de buurt een fikse impuls geven. Met boodschappentaxi’s, plantsoenbeheer- en zwerfvuilploegen, verhuur van ruimtes in leegstaande buurtgebouwen, goedkope catering en advies weten ze vaak een niche aan te boren die zowel markt als gemeente laten liggen. Dat levert buurtbewoners niet alleen voordelige diensten op, maar ook meer leefbaarheid en onderlinge contacten.

Vrijwilligers

De inzet van zeer gemotiveerde vrijwilligers is de kracht van bewonersbedrijven, omdat ze daardoor goedkope diensten kunnen aanbieden. Maar het is ook een van de zwaktes, is een opmerkelijke conclusie uit het unieke driejarige OTB-onderzoeksproject ‘Kennisontwikkeling Experiment Bewonersbedrijven’. Want vrijwilligers kunnen zomaar wegvallen, en dan komt een bewonersbedrijf al gauw in zwaar weer. Soms gebeurt dat omdat mensen een baan krijgen of verhuizen, maar soms ook omdat uitkeringsinstanties vrijwilligerswerk niet toelaten, op straffe van stopzetting van de uitkering. Aanvragen om werklozen te mogen selecteren voor werk bij bewonersbedrijven worden uiterst moeizaam behandeld. Ondanks overheidsoproepen tot zelforganisatie en deelname aan de ‘participatiemaatschappij’ werpen gemeenten in de praktijk allerlei barrières op. “Bewonersbedrijven vinden vaak lastig hun weg in een ambtelijke apparaat”, zegt Dr. Reinout Kleinhans. “Dat komt enerzijds door onbekendheid met dit fenomeen, maar anderzijds doordat overheden niet zijn toegesneden op activisme van onderaf. Bewonersbedrijven passen niet in de bekende hokjes.”

Financieel kwetsbaar

Kleinhans leidde het onderzoek, dat mede werd gefinancierd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Landelijk Samenwerkingsverband Actieve bewoners (LSA). Daarbij volgden onderzoekers van de afdeling OTB (Onderzoek voor de gebouwde omgeving) van de TU Delft 14 bewonersbedrijven verspreid over Nederland drie jaar lang intensief. De onderzoekers gingen ook in gesprek met gemeentelijke ambtenaren en beleidsmedewerkers. Daaruit blijkt ook dat veel bewonersbedrijven financieel kwetsbaar zijn. De meeste hebben op dit moment weinig financieel perspectief voor de langere termijn. De dienstverlening is welbewust vooral gericht op de laagste inkomensgroepen. Maar daardoor is een goed verdienmodel lastig te creëren. Vele zijn afhankelijk van eenmalige subsidies of genereren inkomsten uit evenementen die niet bijdragen aan de maatschappelijke doelstellingen.

Het verhuren van ruimtes in leegstaande schoolgebouwen of buurthuizen blijkt nog de meeste kans te geven op financiële stabiliteit. Maar door ambtelijke en wettelijke drempels komt dit vaak moeilijk van de grond.

Concurrentie

De onderzoekers constateren tevens dat er tot nu toe geen oneerlijke concurrentie met reguliere bedrijven optreedt. Dat komt doordat bewonersbedrijven zich vooral richten op niches in de markt die niet door gewone bedrijven opgepakt worden. Kleinhans: “Een bewoner met een smalle beurs die voor een paar euro per uur bij een bewonersbedrijf een taxi annex boodschappenservice kan huren, zou nooit een gewone taxi bellen.”

Meer informatie

Het complete nieuwsbericht en de eindrapportage ‘Kennisontwikkeling Experiment Bewonersbedrijven’ zijn te downloaden via de OTB-website. Hier vindt u tevens meer informatie over twee kennisbijeenkomsten over dit thema.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met de TU Delft: Dr. Reinout Kleinhans, tel. 06 – 286 16 387, e-mail:  r.j.kleinhans tudelft.nl .

Dit is een persbericht afkomstig van het OTB (afdeling van de Faculteit Bouwkunde, TU Delft). Wilt u geen persberichten van het OTB ontvangen? Stuurt u dan een e-mail aan Eveline Vogels ( e.m.vogels tudelft.nl ).