Frames en zorgen over de participatiesamenleving

04 december 2013

Donderdag 28 november gaf Marius Ernsting zijn voorzittersstokje door aan Ella Vogelaar.

Op zijn afscheid sprake Pieter Winsemius en Tof Thissen (directeur KING en lid van de Eerste Kamer voor GroenLinks). Hier treft u hun lezingen en de reactie van Marius Ernsting daarop aan.

Hoe moet je als overheid loslaten?

Pieter Winsemius sprak over de relatie burger-overheid tijdens het afscheid van Marius Ernsting. Winsemius weet heel duidelijk aan te geven dat waar de plannen van burgers overlap hebben met die van de overheid, er problemen ontstaan. Winsemius gaf Marius Ernsting een concrete vraag mee, die Marius behandelde in zijn reactie:

Deze vragen waren onder andere:

  1. Kun je ongelijkheid bestrijden met ongelijke behandeling?
  2. Professionals kunnen in eerste instantie dingen beter dan vrijwilligers/burgers, maar als ze niet loslaten leren die laatsten het nooit (verwijzing naar relatie ouder-kind). In de tweede plaats moeten politici scoren en ze hebben weinig tijd. En als de frontline het moet doen, dan moet je een heel stuk van het middenkader weghalen. Marius mag mij [Pieter Winsemius red.] vertellen hoe die professional dan moet loslaten. Welk beleid hij zou maken om dat voor elkaar te krijgen? 

N.B.: Pieter Winsemius is in deze film slecht te verstaan. Hier vindt u meer informatie over de relatie burger-overheid. 

Wie is eigenlijk die doelgroep die moet participeren?

Tof Thissen vertelde over het perspectief van gemeenten op de decentralisaties, de participatiesamenleving en de verzorgingsstaat tijdens het afscheid van Marius Ernsting als voorzitter van Vereniging NOV op 28 november 2013. Hij gebruikt zijn moeder als kapstok voor zijn verhaal. Hij betoogt ondermeer dat we de verzorgingsstaat niet kunnen afschaffen en vervolgens vervangen door de participatiesamenleving. De verzorgingsstaat en de participatiesamenleving horen in zijn visie bij elkaar (zijn niet tegengesteld aan elkaar) en we moeten dan ook de verzorgingsstaat herdefiniëren om tot een participatiesamenleving te komen. Hij is ook bijzonder kritisch over wie de doelgroep vormen van die participatiesamenleving. Zijn dat mensen die op een of andere manier een uitkering krijgen van de staat?

Écht nadenken is hard nodig

Marius Ernsting reageerde op de betogen en vragen van Pieter Winsemius en Tof Thissen. Voor een flink deel refereert hij hierbij aan zijn eerdere beschouwing op vooroordelen, misverstanden en adviezen die hij eerder die maand op een congres informele zorg gaf. Ook gaat hij in op hoe minister-president de verzorgingsstaat voorziet van negatieve en vooral onjuiste frames: Voor onze opa's en oma's was het volkomen normaal zich op hun 65ste te melden aan de poorten van het klassieke bejaardentehuis. Marius Ernsting: "Dit is gewoon een leugen. Er heeft nóóit meer dan tien procent van de ouderen in een verzorgings- of verpleeghuis gezeten!"