Eerste terugmelding meldpunt WW en vrijwilligerswerk

15 mei 2015

In de eerste drie maanden van de nieuwe regeling WW en vrijwilligerswerk, waarmee minister Asscher (ministerie van SZW) de mogelijkheden tot het doen van vrijwilligerswerk wenst te verruimen, zijn ruim 1800 aanvragen voor het doen van vrijwilligerswerk bij het UWV gedaan. Hiervan zijn er ruim 300 afgewezen. Het meldpunt WW- en vrijwilligerswerk van Vereniging NOV heeft in die tijd ruim 60 meldingen gekregen, waarvan enkele meldingen meerdere weigeringen betroffen. Hier deed dan de vrijwilligersorganisatie melding. Er is ook regelmatig overleg geweest over een specifieke casus met het UWV. Vereniging NOV overlegt met het ministerie van SZW hoe de evaluatie moet plaatsvinden. Op basis van de gegevens die bij Vereniging NOV zijn binnen gekomen, valt ons het volgende op:

  1. Het UWV heeft soms moeite met het achterhalen van de ANBI-status, bijvoorbeeld in geval van een ‘Vrienden-van-Stichting’, het vinden van de overkoepelende organisaties, of onbekendheid met de status van organisaties zoals het COA. Wat hier duidelijk niet bij helpt, is dat de terminologie ook niet altijd bekend is bij de mensen (van vrijwilligersorganisaties) die te maken krijgen met de WW’ers die vrijwilligerswerk willen doen. En dat werkcoaches niet de tijd (kunnen) nemen om echt onderzoek te plegen.
  2. Er zijn organisaties die problemen hebben met het verkrijgen met de ANBI-status, bijvoorbeeld omdat bestuursleden vacatiegelden krijgen. In de NOV-meldingen betrof het een welzijnsorganisatie met overduidelijk vrijwilligersprojecten.
  3. Er zijn organisaties die wellicht in aanmerking komen voor de ANBI-status, maar daar nog nooit over nagedacht hebben en dat eigenlijk ook niet hoeven vanuit het perspectief waarvoor de ANBI-status in het leven is geroepen. Zij zouden dus alleen vanwege dit onderwerp de ANBI-status moeten gaan aanvragen en daar zitten best pittige voorwaarden aan vast.
  4. De beoordeling van de SBBI-status kan in de praktijk erg moeilijk zijn voor UWV-medewerkers omdat de Belastingdienst hier geen register van bijhoudt, maar (in theorie) per gift beoordeelt of de organisatie in kwestie een SBBI is. Ook de Belastingdienst vind dit moeilijk.
  5. Er zijn organisaties waar vrijwilligers hetzelfde werk doen als betaalde krachten, maar dan anders georganiseerd, voor een ander aantal uren, en in een andere positie. In dit geval zal het werk nooit helemaal niet-betaald zijn, terwijl het wel om echt vrijwilligerswerk gaat. Hier gaat de regeling dus zijn doel voorbij.
  6. In de praktijk komt nog steeds voor dat het UWV iemands aanvraag weigert op basis van de sollicitatieverplichting of beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt. Het UWV getuigt niet altijd van een realistische visie op wat mensen verhindert te solliciteren of aan het werk te gaan als er een kans is. Het lijkt er dan haast op dat het UWV niet de macht heeft mensen te verplichten een baan aan te nemen en dus het vrijwilligerswerk moet verbieden. Dit kan natuurlijk niet zo zijn, aangezien op het niet aannemen van een baan korting op de uitkering volgt.
  7. In het veld is er duidelijk frustratie over dat de positieve invloed van vrijwilligerswerk op de kansen voor de arbeidsmarkt niet erkend lijkt te worden.
  8. In bijna alle gevallen is er frustratie over onbereikbaarheid van het UWV, het telkens weer een andere behandelaar van het dossier hebben en de (ogenschijnlijk) lakse en snelle manier van negatief besluiten.